Geschiedenis

GESCHIEDENIS

Geerestein en omgeving 1696

De geschiedenis van Landgoed Geerestein gaat terug tot de 14de eeuw. Nederland was gedurende de middeleeuwen onderdeel van het Heilige Roomse Rijk en het westelijke deel van de Gelderse vallei, waar Geerestein zich bevindt, viel toen onder het Marschalksambt Eemland in het territorium van het bisdom van Utrecht (het Sticht).

Het gebied rondom Geerestein heette vroeger het Westerwoud en het was oorspronkelijk een zeer bebost (vandaar de naam Woudenberg) en moerassig gebied vanwege het kwelwater van de westelijk gelegen Utrechtse Heuvelrug. Het terrein was daarom dun bevolkt met boeren die op de flanken van de Utrechtse Heuvelrug of op afgelegen zandheuvels in de vallei woonden. De oudste nederzettingen waren Henschoten en Oud-Leusden gevolgd, door Woudenberg, Maarn en Maarsbergen.

Een groot deel van het Westerwoud werd in 1133 door de bischop van Utrecht verkocht aan de St. Laurensabdij in Oostbroek en in 1240 werd het gebied in erfpacht doorverkocht aan Filips van Rijningen, een edelman uit Wijk bij Duurstede. Vanaf 1240 werden grote delen van het Westerwoud, waaronder het terrein van Geerestein, door het graven van sloten en het opwerpen van dijken, ontwatered en in leen uitgegeven door de bisschop van Utrecht.

Van Zuylen van Nyvelt

photo 1Het oudste bekende gegeven wat betreft de onstaansgeschiedenis van Geerestein dateert uit 1394 toen de bischop van Utrecht Jacob van Zuylen van Nijevelt de zogeheten Coelenershoeve en een tweede hoeve vernoemd naar Gerlof de Valkenaar beleende. Zijn familie was een van de belangrijkste adelijke geslachten in het Sticht (Utrecht) en Gelderland. Jacob van Zuylen van Nijevelt was maarschalk van Eemland en hij was waarschijnlijk verantwoordelijk voor de bouw van het kasteel (ergens rondom 1400). Zijn familie zou de komende 240 jaar Geerestein en het nabij gelegen kasteel en de heerlijkheid Hoevelaken beheren.

Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten waren Gerrit, Jan en Steven Van Zuylen van Nijvelt, nakomelingen van Jacob, aanvoerders van de Hoeken en daarmee tegenstanders van de bisschop van Utrecht, David van Bourgondie. In 1482 belegerde de bisschop het kasteel, welke door verraad werd ingenomen en verwoest. Na het overlijden van David van Bourgondie kregen de Van Zuylen van Nijvelts Geerestein weer in het bezit en het kasteel werd weer snel opgebouwd op de oude fundamenten.

Geerestein werd in 1536 benoemd tot een zelfstandige Ridderhofstad – een kasteel op grond waarvan men tot de ridderschap van Utrecht kon toetreden. Later, in 1614 werd Geerestein, waarschijnlijk als beloning erkent als een afzonderlijk ambachtsheerlijkheid omdat eigenaar, Arnt van Zuylen van Nijevelt, tijdens de 80-jarige oorlog de Staatse zijde had gekozen. Geerestein bestond toen uit de oorspronkelijke middeleeuwse kavel met toevoeging van Zuiderbroek en telde 41 huishoudens met 170 inwoners.

Van Lynden

photo van lyndenIn 1636 werden Geerestein en Hoevelaken overgedragen aan het Gelderse geslacht van Lynden omdat de laatste opvolger, Arend van Zuylen van Nijevelt, geen kinderen naliet toen hij in 1633 overleed. Geerestein werd eerst door Arend’s nicht, Margaretha van Zuylen van Nijevelt, weduwe van der Vecht, geerfd en vervolgens, toen ze zelf drie jaar later stierf in 1636, door haar dochter, Theodora van der Vecht die getrouwd was met Jasper van Lynden, heer van Sinderen, Mijnden en Loosdrecht.

Geerestein zou de komende 100 jaar aan de familie van Lynden toebehoren. In 1642 verzocht Jaspar vanwege Geerestein te worden toegelaten tot de Utrechtse ridderschap en rondom 1640 werd het kasteel, in opdracht van Jaspar, verbouwd en uitgebreid door invulling van de binnenplaats.

In 1672 brak er oorlog uit tussen enerzijds de Nederlandse Republiek en anderzijds Engeland en Frankrijk en grote delen van Gelderland en Utrecht werden door Franse troepen ingenomen. Hoevelaken ging in vlammen op maar Geerestein bleef gespaard.

Toen Jaspar van Lynden in 1679 overleed, liet hij Geerestein en Hoevelaken over aan zijn kleinzoon Steven van Lynden omdat zijn zoon, die ook Steven heette, al in 1669 was overleden. Gedurende zijn leven zou Steven zich intensief bezig houden met het beheer van het kasteel en landgoed.

Pijnssen van der Aa

Toen Steven van Lynden in 1709 zonder opvolgers stierf werd Geerestein aanvankelijk door zijn moeder Jacoba van Lynden overgenomen. Maar na haar overlijden in 1733 werd Geeresten gekocht door Anna Maria de Marez, Steven’s weduwe, die inmiddels hertrouwd was met Gerard Maximiliaan Pijnssen van der Aa, heer van Deyl.

Van Rechteren

Jacob Hendrik van Rechteren 1709-1783

Jacob Hendrik van Rechteren

photovan rechterenAnna Maria Pijnssen van der Aa (de Marez) zou in de geschiedenis van Geerestein een schakel vormen tussen de geslachten van Lynden en van Rechteren want in 1733 trouwde hun enige nakomeling, Margaretha Maria Pijnssen van Der Aa, met Jacob Hendrik graaf van Rechteren, heer van Westerveld. Gerard Maximiliaan stierf in 1733 en Geerestein werd de volgende 30 jaar door moeder en echtpaar bewoond. Vanaf die tijd zou Geerestein de komende 100 jaar aan de Overijsselse familie van Rechteren toebehoren.

Het kasteel werd rondom 1745 flink gemoderniseerd en in 1754 kocht Jacob Hendrik de ambachtsheerlijkheid Woudenberg erbij. Hij mocht zich nu heer van Westerveld, Geerestein en Woudenberg noemen en kreeg daarmee zitting in de staten van Utrecht. Maar met de komst van de Fransen in 1796 gaf Geerestein geen automatische toegang meer tot de Staten van Utrecht. De rechten verbonden aan de heerlijkheden Geerestein en Woudenberg werden afgeschaft en in 1812 verloor Geerestein haar zelfstandige rechtspositie en het landgoed werd aan Woudenberg toegevoegd.

Hooft

In 1832 werd nakomeling Jacob Hendrik graaf van Rechteren benoemd tot gouveneur van de koning in Overijssel, een functie waarvoor hij in het ambtsgebied moest wonen. Hij besloot daarom in 1834 landgoed Geerestein te verkopen aan Jonkheer Hendrik Daniel Hooft, telg van een Amsterdamse patriciersfamilie.

HDHooft

Hendrik Daniel Hooft

Hendrik Daniel Hooft moderniseerde huize Geerestein, liet een landschapspark rondom het kasteel aanleggen en bouwde meerdere boerderijen op het landgoed waaronder Klein Geerestein, Heiligerlee en De Griftpark. Hij kocht ook omliggend land erbij (inclusief het nabijgelegen kasteel en heerlijkheid Groenewoude) en breidde Geerestein daarmee uit tot ongeveer 500 hectare. Hendrik Daniel bleef echter in Amsterdam wonen en Geerestein werd gebruikt als zomerverblijf.

Na diens dood werd het landgoed geerfd door zijn zeven kinderen. Drie van zijn ongehuwde dochters: Wilhelmina, Susanna Cornelia en Susanna Jacoba namen Geerestein over. Grote delen van het landgoed moesten echter verkocht worden om de rest van de familie uit te kopen. De drie freules Hooft hebben de rest van hun leven op kasteel Geerestein gewoond.

Toen de laaste freule in 1918 stierf, werd Geerestein geerfd door een neef, Jonkheer Gustaaf Willem Joan Hooft. Het landgoed is nog steeds in eigendom van deze tak van de familie. Het kasteel werd in 1980 verkocht aan architectenbureau INBO.

Glogo

Meest recente berichten